Hoe stond het Amerikaanse en Vietnamese volk tegenover de oorlog en wat was hun rol in de Vietnamoorlog?
Uitspraak President Johnson, begin van de commotie!
In 1965 ging een deel van de bevolking van Amerika protesteren tegen de Vietnamoorlog. Deze protesten werden vooral gevoerd door studenten, intellectuelen, kunstenaars en pacifisten (pacifist is een aanhanger van het streven naar geweldloosheid en vrede). Er waren een aantal belangrijke punten in deze protesten, voornamelijk moesten de massale bombardementen op Noord- en Zuid-Vietnam ophouden. Volgens de Amerikaanse regering kon je moeilijk een onderscheid maken tussen militaire en civiele doelen in een (guerrilla) oorlog. Door dat argument van de Amerikaanse regering zijn vele onschuldige mensen overleden.
Een ander belangrijk punt van de demonstranten was: dat de chemische en biologische strijdmethoden die door de Amerikanen werden gebruikt misdadig waren.
Door die wapens zijn er grote gebieden ontbladerd en er werden ook ziektekiemen verspreid.
Het directe geweld tegen de Vietnamese bevolking door de Amerikaanse soldaten moest ook gestopt worden.
De eerste protestacties van enige omvang waren de teach-ins in augustus 1965 aan Amerikaanse universiteiten. Met de aankondiging van een uitbreiding van het aantal dienstplichtigen kregen de teach-ins een extra impuls. Op 16 en 17 oktober 1965 werden de eerste betogingen tegen de officiële Vietnampolitiek gehouden. In Berkeley (Californië) waren tienduizend mensen op de been. Zij voerden in de demonstratie leuzen mee als ‘USA uit Vietnam’ en ‘Geen imperialistische oorlogen meer’. Op 31 oktober schreven 650 hoogleraren aan Johnson een brief waarin zij hem vroegen ‘het bloedvergieten in Vietnam te staken’. Zij voegden daar nog aan toe dat zij zich met kracht zouden blijven verzetten tegen de toenmalige politiek in Vietnam. Op 27 november hielden 25.000 intellectuelen, kunstenaars en leden van kerkelijke groeperingen hun ‘Mars naar Washington’. Een tegen demonstratie bracht een groter aantal mensen op de been.’
Het jaar erna groeide de oppositie en ook het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam. In 1967 werd het protest massaal, op 15 april dat jaar betoogde in New York 125.000 mensen tegen Johnsons Vietnampolitiek. De protesten werden groter. Er werd een mars gehouden van 100.000 mensen naar het Pentagon, met als motto ‘de oorlogsmachine buiten werking te stellen’, waarvan ongeveer 700 deelnemers werden gearresteerd. In de week van 4 tot 10 december 1967 poogden pacifisten de rekruteringscentra te blokkeren.
De protesten groeiden net als het aantal militairen, de mensen in Amerika begonnen zich steeds meer af te wenden tegen de deelneming van Amerika aan de Vietnamoorlog. Zij waren tegen de Vietnamoorlog, maar ook tegen Johnsons politiek.
‘Als er echter één gebeurtenis was die de Amerikaanse kijk op de Vietnamoorlog volledig omgooide, dan was het het Tet Offensief. Tot het Tet Offensief hadden de Amerikanen een overwinning in de Vietnamoorlog voor mogelijk gehouden, na Tet ging men vooral denken aan terugtrekken uit Vietnam zonder gezichtsverlies. Veel Amerikaanse bevelhebbers hadden geproclameerd dat de vijand bijna verslagen was en de Vietnamoorlog bijna gewonnen. De Vietcong kon dus ondanks gigantische verliezen nog steeds een groot offensief opzetten. Het Tet Offensief maakte een einde aan de escalatie van de Vietnamoorlog en vormde het begin van de pogingen van Amerika om zich terug te trekken uit die oorlog.
De publieke opinie had zich tegen hem en zijn Vietnamoorlog gekeerd, en Johnson zei openlijk dat hij bereid was tot vredesbesprekingen met de Vietcong. Hij zei ook dat hij niet meer mee zou doen aan de volgende presidentsverkiezingen, die in dat zelfde jaar gehouden werden. Het Tet Offensief heeft dan wel een andere kijk op de oorlog gegeven, maar de protesten waren er nog steeds, vooral tegen Johnson.
In 1986, toen Johnson zich door de groeiende kritiek niet herkiesbaar stelde, vochten er al meer dan een half miljoen Amerikanen in Vietnam. Er barsste aan het eind van de jaren zestig een enorme golf van kritiek los over Amerika’s optreden in Vietnam. De oorlog was vrijwel dagelijks nieuws en de televisie toonde heel regelmatig oorlogsbeelden.
President Nixon komt in 1969 aan de macht en kondigt aan dat de dienstplicht zou worden afgeschaft. Doordat de dienstplicht werd afgeschaft, namen de protesten af.
Nixon en Kissinger dachten daarom dat men helemaal niet tegen de oorlog was, maar dat de demonstraties vooral over de dienstplicht gingen. In 1972 probeerde Nixon de oorlog zo eerzaamte beëindigen. Dat probeerde hij door de relaties met China en de Sovjet Unie te verbeteren. In december 1972 ging iedereen om een tafel zitten en op 23 januari 1973 werd er een wapenstilstand overeenkomst getekend. Op 15 augustus 1973 staakten de Amerikanen alle militaire acties in Zuid-Oost Azië. Op 30 april gaf Saigon zich over aan de communisten. De Amerikanen hadden niets bereikt.
Het is erg lastig om uit te zoeken hoe de Vietnamese bevolking tegenover de oorlog stond, eigelijk overal waar je zoekt kom je alleen westerse perspectieven tegen. Als je nu een Vietnamees zou vragen over de Vietnam oorlog hebben ze nog steeds zoiets van,” Ander onderwerp!!“Het ligt dus nog steeds erg gevoelig.
Uitspraak President Johnson, begin van de commotie!
In 1965 ging een deel van de bevolking van Amerika protesteren tegen de Vietnamoorlog. Deze protesten werden vooral gevoerd door studenten, intellectuelen, kunstenaars en pacifisten (pacifist is een aanhanger van het streven naar geweldloosheid en vrede). Er waren een aantal belangrijke punten in deze protesten, voornamelijk moesten de massale bombardementen op Noord- en Zuid-Vietnam ophouden. Volgens de Amerikaanse regering kon je moeilijk een onderscheid maken tussen militaire en civiele doelen in een (guerrilla) oorlog. Door dat argument van de Amerikaanse regering zijn vele onschuldige mensen overleden.
Een ander belangrijk punt van de demonstranten was: dat de chemische en biologische strijdmethoden die door de Amerikanen werden gebruikt misdadig waren.
Door die wapens zijn er grote gebieden ontbladerd en er werden ook ziektekiemen verspreid.
Het directe geweld tegen de Vietnamese bevolking door de Amerikaanse soldaten moest ook gestopt worden.
De eerste protestacties van enige omvang waren de teach-ins in augustus 1965 aan Amerikaanse universiteiten. Met de aankondiging van een uitbreiding van het aantal dienstplichtigen kregen de teach-ins een extra impuls. Op 16 en 17 oktober 1965 werden de eerste betogingen tegen de officiële Vietnampolitiek gehouden. In Berkeley (Californië) waren tienduizend mensen op de been. Zij voerden in de demonstratie leuzen mee als ‘USA uit Vietnam’ en ‘Geen imperialistische oorlogen meer’. Op 31 oktober schreven 650 hoogleraren aan Johnson een brief waarin zij hem vroegen ‘het bloedvergieten in Vietnam te staken’. Zij voegden daar nog aan toe dat zij zich met kracht zouden blijven verzetten tegen de toenmalige politiek in Vietnam. Op 27 november hielden 25.000 intellectuelen, kunstenaars en leden van kerkelijke groeperingen hun ‘Mars naar Washington’. Een tegen demonstratie bracht een groter aantal mensen op de been.’
Het jaar erna groeide de oppositie en ook het aantal Amerikaanse militairen in Vietnam. In 1967 werd het protest massaal, op 15 april dat jaar betoogde in New York 125.000 mensen tegen Johnsons Vietnampolitiek. De protesten werden groter. Er werd een mars gehouden van 100.000 mensen naar het Pentagon, met als motto ‘de oorlogsmachine buiten werking te stellen’, waarvan ongeveer 700 deelnemers werden gearresteerd. In de week van 4 tot 10 december 1967 poogden pacifisten de rekruteringscentra te blokkeren.
De protesten groeiden net als het aantal militairen, de mensen in Amerika begonnen zich steeds meer af te wenden tegen de deelneming van Amerika aan de Vietnamoorlog. Zij waren tegen de Vietnamoorlog, maar ook tegen Johnsons politiek.
‘Als er echter één gebeurtenis was die de Amerikaanse kijk op de Vietnamoorlog volledig omgooide, dan was het het Tet Offensief. Tot het Tet Offensief hadden de Amerikanen een overwinning in de Vietnamoorlog voor mogelijk gehouden, na Tet ging men vooral denken aan terugtrekken uit Vietnam zonder gezichtsverlies. Veel Amerikaanse bevelhebbers hadden geproclameerd dat de vijand bijna verslagen was en de Vietnamoorlog bijna gewonnen. De Vietcong kon dus ondanks gigantische verliezen nog steeds een groot offensief opzetten. Het Tet Offensief maakte een einde aan de escalatie van de Vietnamoorlog en vormde het begin van de pogingen van Amerika om zich terug te trekken uit die oorlog.
De publieke opinie had zich tegen hem en zijn Vietnamoorlog gekeerd, en Johnson zei openlijk dat hij bereid was tot vredesbesprekingen met de Vietcong. Hij zei ook dat hij niet meer mee zou doen aan de volgende presidentsverkiezingen, die in dat zelfde jaar gehouden werden. Het Tet Offensief heeft dan wel een andere kijk op de oorlog gegeven, maar de protesten waren er nog steeds, vooral tegen Johnson.
In 1986, toen Johnson zich door de groeiende kritiek niet herkiesbaar stelde, vochten er al meer dan een half miljoen Amerikanen in Vietnam. Er barsste aan het eind van de jaren zestig een enorme golf van kritiek los over Amerika’s optreden in Vietnam. De oorlog was vrijwel dagelijks nieuws en de televisie toonde heel regelmatig oorlogsbeelden.
President Nixon komt in 1969 aan de macht en kondigt aan dat de dienstplicht zou worden afgeschaft. Doordat de dienstplicht werd afgeschaft, namen de protesten af.
Nixon en Kissinger dachten daarom dat men helemaal niet tegen de oorlog was, maar dat de demonstraties vooral over de dienstplicht gingen. In 1972 probeerde Nixon de oorlog zo eerzaam te beëindigen. Dat probeerde hij door de relaties met China en de Sovjet Unie te verbeteren. In december 1972 ging iedereen om een tafel zitten en op 23 januari 1973 werd er een wapenstilstand overeenkomst getekend. Op 15 augustus 1973 staakten de Amerikanen alle militaire acties in Zuid-Oost Azië. Op 30 april gaf Saigon zich over aan de communisten. De Amerikanen hadden niets bereikt.
Het is erg lastig om uit te zoeken hoe de Vietnamese bevolking tegenover de oorlog stond, eigelijk overal waar je zoekt kom je alleen westerse perspectieven tegen. Als je nu een Vietnamees zou vragen over de Vietnam oorlog hebben ze nog steeds zoiets van,” Ander onderwerp!! “Het ligt dus nog steeds erg gevoelig.